Basisschool

Identiteit

We zorgen voor een leeromgeving die veilig voelt voor kinderen

Kindcentrum De Aventurijn

Ieder mens heeft een levensbeschouwing – met veel of weinig religieuze elementen, wel of niet godsdienstig – die sturend is voor de keuzes in het leven. Het is een taak van het basisonderwijs om de ontwikkeling van kinderen op dit terrein bewust te stimuleren en structureren.

Door de ontwikkeling op het levensbeschouwelijke terrein maken kinderen kennis met vijf centrale levensvragen: waar kom ik vandaan? Waar ga ik naartoe en waarom ben ik hier? Wat is goed en slecht handelen? Waar geloof jij in? Zo worden kinderen zich bewust van hun afkomst, delen zij vertrouwen in de toekomst en versterken zij de beleving van een zinvol bestaan. De laatste twee vragen gaan over waarden en normen en over de vraag naar de godsdienst van de ander. Op deze manier draagt levensbeschouwing bij aan hun persoonlijke ontwikkeling.

Godsdienst en levensbeschouwing vormen een rijk terrein van de cultuur, dat slechts toegankelijk is voor wie de basale religieuze geletterdheid heeft meegekregen. Deze geletterdheid hoort als voorwaarde bij het tweede hoofddoel van het basisonderwijs: overdracht culturele verworvenheid. Vanuit een basale kennismaking met de verschillende facetten van godsdienst en levensbeschouwing, is ook de kennis van de christelijke cultuur van Europa toegankelijk.

Om in de samenleving te kunnen participeren, is besef van godsdienst nodig. De aandacht voor algemene zaken zoals reflectie op eigen handelen en leren, uitdrukken van eigen gedachten en gevoelens, respectvol luisteren en kritiseren van anderen, verwerven en verwerken van informatie, ontwikkelen van zelfvertrouwen, respectvol en verantwoordelijk omgaan met elkaar en zorg voor en waardering van de leefomgeving, krijgen bij levensbeschouwelijke ontwikkeling een geïntegreerde plaats.

Zoals u al eerder in deze gids kon lezen, is De Aventurijn een plek waar kinderen en volwassenen met verschillende levensbeschouwelijke achtergrond elkaar ontmoeten, met en van elkaar leren en samen leven. In deze paragraaf vertellen we u hoe we dat in de praktijk vormgeven.

Ons identiteitsonderwijs is gestoeld op drie pijlers:

  • Er is ruimte om identiteitsgericht te verdiepen: het wisselmoment.
  • Er is ruimte om elkaar te ontmoeten in al zijn verschillen: het diamantmoment.
  • Er is ruimte om te leren/horen/weten van elkaar en de gedeelde waarden te ontdekken: keek op de week

De methode die we voor de levensbeschouwelijke vorming van de kinderen gebruiken is ‘Trefwoord’. Door het inzetten van deze methode ondersteunen we de kinderen bij het verkennen, bewustmaken en verrijken van hun wereld. Tijdens deze levensoriëntatie komen ze allerlei vragen tegen, zoals: wat is eerlijk, wat heeft zin, waar is mijn overleden opa, wat betekent God voor mensen, waarom heeft niet iedereen genoeg te eten, waarom pesten mensen elkaar, enzovoort. Het zijn levensvragen van alle tijden waarop verhalen uit verschillende tradities in de loop der eeuwen ook een antwoord zochten. Deze en ook eigentijdse bronnen kunnen kinderen inspireren, aan het denken zetten om er vervolgens met elkaar in de klas op te reflecteren. Ze dagen hen uit om zelf keuzes te maken voor hun handelen. Dat geeft hun houvast, vertrouwen en perspectief, op weg naar de toekomst.

De methode behandelt zo’n 15 thema’s per jaar, zoals ‘vrienden’, ‘herbergen’, ‘voorbeeld’ en ‘discipline’. De thema’s worden van verschillende kanten belicht, zodat allerlei ervaringen uit de wereld van kinderen een plek kunnen krijgen. Daardoor ontstaat er volop ruimte voor het oproepen van vragen en dilemma’s, reflecteren op het eigen handelen en het ontwikkelen van het kritisch vermogen. De ervaringen van kinderen krijgen betekenis.

De wissel

Twee keer per week splitsen de groepen zich op grond van identiteit/belangstelling. Ouders maken hiervoor aan het begin van elk schooljaar een keuze. Gekozen kan worden uit Algemeen Vormingsonderwijs (AVO) en Christelijk Vormingsonderwijs (CVO). Zowel tijdens de AVO- als de CVO-lessen leren we kinderen na te denken over wie zij zijn, wat hun drijfveren zijn en wat ze kunnen. Tijdens de lessen wordt hierover gepraat en maken kinderen kennis met meningen en ervaringen van anderen. De leerkracht sluit daarmee aan bij de concrete ervaringen van leerlingen. Leerlingen leren op een actieve en authentieke manier, waarbij hun individuele situatie aan bod komt. Ze leren keuzes te maken en te verantwoorden. De leerkracht moedigt hen aan te communiceren over wat ze denken, voelen, willen en doen. Hierdoor kan iedere leerling ervaren wat voor hem/haar waardevol is aan het bestaan. Tijdens de CVO-momenten wordt het levensbeschouwelijke thema (ook) vanuit Bijbelse verhalen bekeken.

De groepen splitsen zich tijdens de wisselmomenten uit in :

1/2/3 AVO – 1/2/3/ CVO

4/5/6 AVO – 4/5/6 CVO

6/7/8 AVO  – 6/7/8 CVO

In de groepen 1/2/3 duurt het wisselmoment 30 minuten, in de hogere groepen 45 minuten. De leerkrachten zijn ingedeeld op grond van bevoegdheid (Algemeen of Christelijk) en verzorgen op maandag deze lessen. Op woensdag wordt het wisselmoment verzorgd door speciaal daarvoor opgeleide AVO en CVO leerkrachten.

De diamant: ‘bekijk het van alle kant’

Eén keer per week worden de kinderen uitgedaagd om in hun eigen groep en ruimte te filosoferen- levensbeschouwelijk te denken aan de hand van een stelling, krantenartikel, liedje, vraag van vandaag gerelateerd aan het thema dat behandeld wordt.

Keek op de week

Aan het eind van de week kijken de kinderen met elkaar terug op het diamant en wisselmoment. Ze leren/horen van elkaar en ontdekken de gedeelde waarden.

Ook bij feesten als Kerstmis en Pasen staat het ontmoeten centraal en deze feesten worden dan ook gezamenlijk met elkaar gevierd.